wat en hoe

Waar hebben we het over

Ondanks de verbetering van de luchtkwaliteit van de afgelopen jaren brengt luchtverontreiniging nog steeds schade toe aan natuur en de gezondheid van mensen. Het  RIVM schat dat jaarlijks een twaalfduizend Nederlanders enkele maanden eerder overlijden als gevolg van luchtverontreiniging. De levensduurverkorting door alleen al fijn stof in de lucht wordt landelijk geschat op gemiddeld 12 maanden, in de grote steden is dat 1,5 jaar. Milieudefensie heeft de vieze lucht vergeleken met het (mee)roken van een aantal sigaretten per dag. Gemiddeld roken we in Nederland 5 sigaretten per dag mee, en in Rotterdam wel 7.
Er zijn verschillende stoffen die de luchtkwaliteit bepalen; stikstofdioxide, zwaveldioxide, roet, (ultra)fijnstof, en nog meer. Elke stof heeft weer een ander effect op onze gezondheid. Meer informatie daarover is hier te vinden.

Onder fijnstof worden alle de zwevende deeltjes verstaan die kleiner zijn dan 10 micrometer (µm), ofwel kleiner zijn dan 0,01mm. Het gaat dus alleen over de maat, nog niet over de materie of herkomst. De deeltjes worden ingedeeld in grofweg 3 categorieën; PM10, ‘Particulate Matter’ (met diameter van) 10µm, PM2,5 (diameter kleiner dan 2,5µm) en PM1 (ultrafijnstof, alles nog kleiner dan 1µm). Voor onze gezondheid geldt hoe kleiner, hoe verder het ons lichaam binnendringt, hoe schadelijker.

 

Van de fijnstof deeltjes zijn wij mensen in Nederland voor wel 80% de veroorzakers, de overige 20% zijn natuurlijke stofdeeltjes zoals zand, zeezout en organische deeltjes zoals pollen. Grote bronnen van fijnstof zijn de intensieve landbouw, industrie en (kolen en biomassa gestookte) energiecentrales en verkeer. In binnensteden, langs drukke verkeerswegen leveren auto’s de grootste bijdrage aan roet en fijnstof in de lucht.

De focus van dit project ligt op het stof dat door verkeer wordt veroorzaakt, de uitlaatgassen en slijtage van de remmen, banden etc. Omdat we dit ongezonde stof met z’n allen de lucht in blazen, om het even verderop zelf weer in te ademen. Een concrete bron, heel zichtbaar, en bovendien betrekkelijk eenvoudig om de verbetering van de luchtkwaliteit mee te beginnen.

Over normen en waarden

De concentratie PM10 ligt rond drukke verkeerswegen rond de 30µg/m3. Dat is onder de Nederlandse en Europese norm van 40µg/m3, maar boven de norm die de wereld gezondheidsorganisatie (WHO) adviseert van 20µg/m3. In sommige gevallen ligt de concentratie maar een fractie boven deze adviesnorm. Je zou zeggen dat er dan (bijna) geen vuiltje aan de lucht is. Maar helaas blijkt blootstelling aan dergelijke concentraties toch zo ongezond dat we te maken hebben met de dramatische getallen van hierboven. Waarom ligt de norm dan op een zo ongezond nivo?

‘Wettelijke grenswaarden en actiedrempels zijn meestal een compromis tussen haalbaarheid en gezondheid.’ legt Rijkswaterstaat uit.

Het gaat dus over die haalbaarheid. Aanleiding voor Servies om de petitie van het Longfonds voor het verlagen van de Nederlandse norm op korte termijn te ondersteunen (zie Den Haag).

Blootstellingsequivalent

Voor onze gezondheid is de concentratie PM2,5 nog meer van belang, omdat de kleinere deeltjes nog meer schade toe brengen. Maar omdat er nog niet een eenvoudige methode beschikbaar is om alleen stofdeeltjes te verzamelen die kleiner zijn dan 2,5 micrometer worden de data aangehouden voor de grotere deeltjes, PM10.

Van het stof dat wel verzameld wordt kan niet met zekerheid gezegd worden dat precies dezelfde soort deeltjes ingeademd worden. De hoevéélheid deeltjes daarentegen wel. De nuancering bij de spelregel van het Servies is dan ook dat de hoeveelheden stof die gebruikt worden in het glazuur gezien kunnen worden als vertaling van de hoeveelheden die mensen binnen kunnen krijgen, uitgaande van de huidige gemeten concentraties, als blootstellingsequivalent.